4.3 Onderzoeksvragen

Gezien het doel van de studie en de gekozen uitgangspunten, inzicht krijgen in de creatieve mindset van professionals teneinde innovatie mogelijk te maken, zijn de volgende hoofd- en deelonderzoeksvragen geformuleerd die desgewenst kunnen worden getransformeerd tot werkhypothesen: 

Centrale onderzoeksvraag 1

Welke filosofische uitgangspunten en theoretische vooronderstellingen liggen ten grondslag aan het model van metacompetenties, waarmee de mindset van creatieve professionals en organisaties in kaart kan worden gebracht?

Centrale onderzoeksvraag 2

Op welke wijze kunnen de metacompetenties worden gebruikt als ontwerpcriteria voor het ontwerpen van educatieve programma’s (bijvoorbeeld op het gebied van HRD en Kunstbeschouwing)

Onderzoeksdeelvragen:

  1. Waarin verschil wereldmodel I (modern denken) van wereldmodel II (postmodern denken; Argyris)
  2. Wat is kenmerkend voor ecologisch denken (als variant van wereldmodel II) en waarom verschilt deze benadering van andere wereldoriëntaties (Van Dinten)
  3. Welke bijdragen leveren pragmatisme, constructivisme, fenomenologie, taalanalyse en discoursanalyse aan de onderbouwing van het model van metacompetenties
  4. Wat is de relevantie van concepten als  tacit knowledge (Polanyi), kenniscreatie (Nonaka & Tekeuchi) en kerncompetentie (Hamel, Prahalad) voor het model van metacompetenties
  5. Wat zijn belangrijke kenmerken van de maatschappelijke transitie in de postmoderne tijd. Wat is kenmerkend voor de Service Dominant Logic. Wat is de betekenis van Human Resources Development
  6. Wat is de relatie tussen het model van meta-competenties, CanMeds en het Menselijk Activiteiten Systeem (Engeström)
  7. Op welke wijze kan het model van metacompetenties worden beschreven als een open systeem
  8. Wat zijn de methodische en didactische implicaties en consequenties van het metacompetentie model
  9. Welke wetenschappelijke onderzoeksmethoden zijn bruikbaar
  10. Op welke wijze kan het ontwikkelde model worden toegepast op het gebied van Human Resources Development en kunstbeschouwing
  11. Welk inzicht levert de theorie en de toepassing van het model op in de vorm van ontwerpprincipes voor educatieve programma’s
  12. Wat zijn de beperkingen van dit onderzoek
  13. Tot welke conclusies en aanbevelingen leidt dit onderzoek naar metacompetenties

Door naar: 4.4 Methode