7.07 Place making

Bob de Blogger

Beste Bob, waarde placemaker (230219)

Vorige week stuurde je me een mail. Je hebt jezelf uitgeroepen tot schrijver. Proficiat. Dat is het voordeel van een kunstenaar: hij kan zichzelf proclameren. Daarna behoeft hij alleen nog maar te schrijven en naar zichzelf te verwijzen. Schrijven is een zelfscheppende, een autoreferentiële activiteit. Je ambities zijn hoog: vijf boeken per jaar. Dat gaat wel lukken. Denk aan Vestdijk, die sneller schreef dan God kan lezen. 

Ondernemers, althans de echte entrepreneurs, lijken qua mindset op kunstenaars. Zij roepen zichzelf uit tot ondernemer door zich in te schrijven bij de Kamer van Koophandel. Op dat moment is de onderneming een feit. De ondernemer bedenkt een feestelijke naam, ontwerpt een vrolijke website, print design visitekaartjes en het feest kan beginnen.  

Ik heb je leren kennen in allerlei verschillende rollen: collega, docent, onderzoeker, filosoof, hondenliefhebber. 

Je proefschrift gaat over Place Making. Dit is een nieuw concept, dat uitgaat van een andere manier van denken en doen over het ontwerpen van fysieke of virtuele ruimtes.  Je promotor, Piet Pellenbarg, kende ik uit een interessante publicatie over parkmanagement. Zijn idee sprak met erg aan. Ondernemers zitten op kluitje op een bedrijven terrein. Ieder doet zijn eigen ding. Van de business van de buren heeft de ondernemer geen kaas gegeten. Hij heeft er ook geen tijd voor, want al zijn aandacht is gericht op het verkopen van zijn handel en het genereren van omzet. Door het aanstellen van een parkmanager kunnen volgens Pellenbarg allerlei noodzakelijke services gemeenschappelijk worden georganiseerd. Voorbeelden van slimme gemeenschappelijke activiteiten zijn centrale inkoop, administratie, IT infrastructuur, HR beleid etc. Ik heb de indruk dat dit concept van parkmanagement nog steeds actueel is. 

Veel bedrijventerreinen zijn onaantrekkelijke oorden waar een normaal mens liever niet komt na 17.00 uur. Ik fiets er regelmatig naar toe, omdat mijn low budget sportschool gevestigd is in een van deze lugubere, unheimische wijken van de stad en haar domicilie heeft gekozen naast de sanitair dump, obscure autohandelaren, specialisten in hernia bevorderende matrassen en de kringloopwinkel, waar ik al mijn overtollige spullen naar toe breng. Voor de kringloop overigens niets dan lof. Zij verzamelen echt alles. De service van de kringloopwinkel is professioneel. Onlangs werd ik om 9 uur op maandagochtend uit mijn bed gebeld. Voor de deur stond de kringloopmanager in gezelschap van een reeds jarenlang werkzoekende reus met een gespierd lichaam. Zij kwamen mijn slaapkamerkast ophalen, die na decennia trouwe dienst werd vervangen door een postmodern schuifwandensysteem. Mijn oude kast werd integraal meegenomen door de twee mannen: de manager schreeuwde aanwijzingen en zijn handlanger, de bodybuilder, deed het fysiek zwaarste werk. Op maandag verzamelen zij alle spullen, die daarna in de etalage worden gezet. Koopjesjagers en kunst & kitsch verzamelaars komen er graag. 

Op dit bedrijvenpark is overigens geen parkmanager te bekennen. 

Pellenbarg is economisch geograaf. Hij is kennelijk verzot op kaarten. Geografen zijn kaartenmakers. Met geografische kaarten maken zij economische activiteiten zichtbaar. Zij sporen gebieden op, die voor ondernemers aantrekkelijk  zijn als vestigingsplaats. Noord Nederland komt er beroerd van af. Dit gebied is grijs gekleurd. 

Pellenbarg houdt zich bezig met een interessant onderwerp: de mind map van de entrepreneurs. Hij gebruikt hiervoor kennelijk een model van een mindmap als basis voor zijn vragenlijsten. Meten is weten. Dit is de core business van zijn onderzoeksinstituut. 

Op You Tube geeft Pellenbarg een verklaring voor de malaise in Noord Nederland. Internationaal, maar ook in de rest van ons land is Noord Nederland onbekend. De oorzaak heeft te maken met sociaalwetenschappelijke factoren. Onbekend maakt onbemind. Mensen in het Noorden hebben in vergelijking met andere globe bewoners een lager zelfbeeld. Bovendien schort het aan het imago. De beeldvorming van de buitenwereld, maar ook van de Noordelijke ondernemers zelf, is gebaseerd op hun pessimistische manier van kijken. Noordelingen hebben niet geleerd om trots te zijn op zichzelf en hun eigen omgeving. Ze lijden aan mentale automutiliatie: ‘doe maar gewoon’. De uitdrukking voor Noordelijk succes luidt ‘het kan beter’. 

Gelukkig is er hoop volgens Pellenbarg. De Universiteit van Groningen betekent de redding voor deze regio. De universiteit (en in het verlengde hiervan het umcg en de onderwijsinstellingen) zorgen voor minstens 11 % direct en indirect voor de bestaande economische bedrijvigheid.

Het concept van de mindmap van de entrepreneur vind ik interessant. De neuroloog en filosoof Damasio gebruikt eveneens de metafoor van kaarten om de menselijke geest te beschrijven. Pellenbarg gebruikt weliswaar niet het model van de metacompetenties/CanMeds/Menselijk Activiteiten systeem, maar komt wel aardig in de buurt. Hij maakt in zijn mindmap, waarmee hij succes- en faalfactoren op het spoor wil komen, duidelijk onderscheid tussen reguliere economische activiteiten (operationeel kapitaal), kennisontwikkeling en onderzoek (intellectueel kapitaal) en innovatie. Ook de onderstroom ontbreekt niet: psychologische en culturele factoren spelen volgens hem een belangrijke rol bij zelfbeeld, beeldvorming, regiomarketing en city branding. 

Het onderzoek van Pellenbarg over de volkaard in Noord Nederland komt bij mij voorlopig over als een wetenschappelijke bevestiging van common sense, status quo, stereotypen en vooroordelen. Psychologie van de koude grond. Zijn verhaal over het succes van de universiteit verdient een kleine historisch-culturele aanvulling. Het succes van de universiteit is gebaseerd op het annexeren van de kloostergoederen na de Reformatie. Gepikt van de katholieken. Nuchter beleid heeft ervoor gezorgd, dat de Groningse universiteit op het gebied van onroerend goed (tegenwoordig noemt men dat real estate) rijk is aan bezittingen en het gebruik van het boerenverstand zorgt voor een solide en robuuste financiële basis. 

Parkmanagement ziet Pellenbarg als een van de remedies. Dit concept is gebaseerd op het versterken van sociaal kapitaal. 

Economie is een sociale wetenschap. Gedrag van producenten en consumenten wordt bepaald door verwachtingen en is beïnvloedbaar. De zogenaamde economische crisis van de afgelopen jaren is voor een deel veroorzaakt door politici, die de overheid ertoe hebben aangezet om zwaar te bezuinigen. Aangezien investeringen van de overheid 1/3 vormen van het totaal aan economische vraag is het effect direct voelbaar. In de sociale wetenschap noemt men dit een ‘selffulfilling prophecy’. Op deze manier kom je snel in een negatieve spiraal. 

Place Making is m.i. een sleutelbegrip voor regionale innovatie. Het ondernemersklimaat is niet een fatum, maar kan verbeterd worden door gebruik te maken van slimme interventies. Een gebied kan aantrekkelijk worden gemaakt door het nemen van een mix aan stimuleringsmaatregelen. Een van deze maatregelen is het vertellen van betere verhalen en het kiezen van een ander denkkader. De methodologie van creatief problem solving, Design Thinking en Appreciative Inquiry biedt onderzoeksmethoden, die een andere kijk op de wereld stimuleren. Aantrekkelijke gebieden zijn sociale constructies. Als hotspot zijn dergelijke plekken aantrekkelijk voor ondernemers. 

Place Making gaat uit van (educational) Design Research. De werkelijkheid is geen deterministisch gegeven, maar een historisch-sociale en culturele constructie. 

Ik kom hier nog op terug. Om op het spoor te komen van niches en innovatieve ondernemers, dus echte entrepreneurs, zijn naast vragenlijsten andere onderzoekstechnieken bruikbaar en zinvol. Hetzelfde geldt voor het opsporen van de latente wensen van verschillende typen klanten. Vargo & Lusch (Service Dominant Logic) pleiten voor het gebruik van fenomenologisch onderzoek. Hiermee is het beter mogelijk om de vraag achter de vraag te articuleren. 

Onze economie gaat veranderen. Industriële productie heeft al lang plaats gemaakt voor services. De relatie tussen producenten en consumenten wordt interactief. Coproductie en co-creatie bieden nieuwe mogelijkheden. Het traditionele onderscheid tussen producenten en consumenten gaat verdwijnen. 

Terug naar je schrijverschap. Dankzij het internet der dingen is het tegenwoordig mogelijk om boeken zonder al te veel kosten te publiceren. De tekst kan digitaal worden verspreid en je kunt snel een breed lezerspubliek bereiken. Op verzoek van de lezer kan de tekst gedrukt worden in kleine oplagen. 

Economie is een van je vakgebieden. De economie van de toekomst is de Blauwe Oceaan. De blauwe oceaan verschilt van de rode oceaan. In de rode oceaan is sprake van moordende concurrentie. Vraag en aanbod leiden tot evenwicht. Ondernemers bevechten elkaar op leven en dood op dezelfde locatie. 

Dat herken ik bij Lauwersoog aan de waddenkust. Op Lauwersoog komen steeds meer vis- en friettenten. Dat gaat uiteindelijk niet goed. Een paar keer kilometer verder op, halverwege de dijk die de provincie Groningen verbindt met Friesland, is een grote parkeerplak aangelegd. Hier kunnen mensen de dijk beklimmen en in de frisse wind genieten van het prachtige uitzicht over de wadden met in de verte Lauwersoog. Een slimme ondernemer heeft hier zijn mobiele friet-en vistent neergezet. Het is er elke dag druk. Van concurrentie heeft hij geen last. En in noodgeval kan hij er snel van doorgaan met zijn mobiele negotie. 

Het is nog slimmer om geheel nieuwe producten en diensten te ontwikkelen voor een tot nu toe onbekende doelgroep. Dat heet de blauwe oceaan, aldus Kim & Mauborgne

Als kunstenaar ben je tevens creatief ondernemer. Het schrijven van artikelen, blogs en boeken is een fijne activiteit. Een hedendaagse kunstenaar is tevens cultureel ondernemer. Schrijven is een van de manieren om op een creatieve manier inkomsten te verwerven op een tamelijk passieve manier.

Het schrijven zelf geeft veel voldoening. Een kunstenaar raakt snel in de flow. Pink noemt dit motivatie 3.0. Motivatie 3.0 verschilt van 1.0 en 2.0. 

Motivatie 1.0 betreft extrinsieke motivatie. Stimulans nodig van buitenaf in de vorm van straf of beloning. 

Intrinsieke motivatie (2.0) is verbonden met de drang tot zelfontplooiing. Hiervoor is het nodig om eerst te voorzien in de basisbehoeften, zoals Maslow beschrijft. Een lange weg. Basisbehoeften betreffen tekorten ofwel deficiënties. Pas nadat is voldaan aan basisbehoeften, die gericht zijn op overleven, veiligheid en waardering van anderen, ontstaat mentale ruimte voor zelfontplooiing en creativiteit. 

Motivatie 3.0 is gebaseerd op zelfsturing, op het gepassioneerd uitvoeren van je levensopdracht. Een kunstenaar maakt zich niet druk over zijn primaire levensbehoeften en laat zich niet bepalen door de meningen van anderen, maar is heilig overtuigd van zijn eigen missie. 

Een gepassioneerde schrijver raakt snel in trance. Hij hoeft zijn pen maar te grijpen of het toetsenbord te zien en het is raak. Bingo. Er ontstaat onmiddellijk een manische activiteit. Woorden en zinnen ontrollen zich moeiteloos en buitelen over elkaar. Deze vorm van schrijven brengt de kunstenaar in een flow, een bezigheid waarin je volledig opgaat. De term is bedacht door Csikzsentmihalyi en is een eigen leven gaan leiden. Motivatie 3.0. is een zelfscheppende activiteit. Je blijft jezelf aan de gang houden door jezelf  te bevestigen en in jezelf geloven. Je laat schrijfsporen (traces) na, die onmiddellijk zichtbaar zijn op het beeldscherm en via media als facebook en mail direct kunnen worden verspreid. Daarop komt snel feedback. Zelfs scheldkanonnades en scheldpartijen dragen bij aan je personal branding en verhogen je adrealine. Daardoor blijft het gemakkelijk om jezelf te stimuleren en te bekrachtigen (self efficacy). Mensen in de flow krijgen een enorme energie en een fantastische ‘boost’. 

Gisteravond bezocht ik een concert van de wereldberoemde pianist Emanuel Ax. Hij speelt moeiteloos klassieke en moderne werken en beschikt over een fenomenale ‘embodied knowledge’: een partituur heeft hij niet nodig. Met zijn spel brengt hij zichzelf vanaf het eerste moment in een flow. Hij interpreteert de werken van Schumann, Ravel en Chopin. Hun geesten weet hij tot leven te brengen. Hij geeft hij vleugels aan zijn lenige vingers en weet het ademloze publiek te betoveren met zijn weergaloze vertolking. Ax is 80 jaar. Hij heeft een strenge leerschool gehad. Hij leeft en werkt waarschijnlijk nu vanuit motivatie 3.0., maar heeft 1.0 en 2.0 doorlopen. 

De schrijver als kunstenaar betreedt de wereld van de blauwe oceaan. Deze wereld wordt niet gedomineerd door de bestaande markt van vraag en aanbod. In de blauwe oceaan creëert de creatieve ondernemer nieuwe behoeften. Aan goede verhalenvertellers (storytellers) is in de 21ste eeuw een schreeuwend tekort. Net als aan iconenschilders, huiswerkbegeleiders, een seniorenopvang voor beginnende dementerenden en een inlooppsycholoog in de binnenstad. Aan placemakers en parkmanagers bestaat een chronisch tekort. 

Gefeliciteerd dus met je kunstenaarschap. 

Vroeger schreven mensen brieven met de hand en later op een typemachine. 

Het idee van het schrijven van brieven is een beproefd literair genre. De briefroman komt op in de Romantiek. Een goed werkend postsysteem is voorwaarde. Momenteel lees ik de brieven van Ilja Leonard Pfeijffer. Hij was classicus en is ooit gepromoveerd op de gedichten van Pindarus. Zijn inspiratie doet hij vooral op in horeca gelegenheden. Op een goed moment heeft hij de universiteit vaarwel gezegd. In Leiden heeft hij bij de Turkse tweedehands fietsenmaker op de markt een Batavus gekocht voor 95 Euro. Een fiets met versnellingen. Totaal onvoorbereid is hij met een goed getrainde Russische vriendin, die zelf mountain bike bereed, naar Italië gefietst en in Genua beland om nooit meer terug te keren. Daar woont hij nog steeds. Onlangs heeft hij een magistraal werk geschreven: Grand Hotel Europa. Zijn brieven uit Genua blijken achteraf een uitstekende voorbereiding op dit enorme literaire werk. Veel teksten keren terug en oude passages worden bewerkt in zijn nieuwe boek. Literaire brieven en briefwisselingen zijn bedoeld voor meelezers. 

Dankzij jouw publicaties ben ik doordrongen van het belang van het internet der dingen: www. Mijn brief verzend ik digitaal. Een postmoderne brief is de blog. De blog kan gepost worden en komt razendsnel terecht bij de geadresseerde. Via een blog is het mogelijk om een groter lezerspubliek te vinden en aan je te binden. Een ‘community’ noem jij dit altijd. ‘Communities’ zijn de motor van verandering en innovatie. Op facebook heten lezers ‘followers’, dus volgelingen. 

Blogs stimuleren ongecensureerd schrijven. Zij zijn gebaseerd op vrije associatie. In Nederland schijnen 1 miljoen mensen te schrijven. Dat lijkt me verstandig. Schrijven heeft een heilzame, soms zelfs therapeutische werken. Aan bloggen ben ik nog niet toe. Daarom deze digitale brief, voorlopig bedoeld voor een selecte groep lezers. 

Beste schrijver (240219)

In de bioscoop zag ik zaterdagavond een film over de nadagen van Vincent van Gogh. De film is gemaakt door Julian Schnabel. Films over kunstenaars doen het tegenwoordig goed. In de drie uur durende film Werk ohne Author wordt het leven van de hedendaagse schilder Richter indringend belicht aan de hand van episoden in het Derde Rijk, de DDR en de bondsrepubliek. 

Ook de film van Schnabel duurt lang: twee uur. De filmer is zelf schilder. De film verloopt traag. De filmer kruipt als het ware in de huid van Vincent, zoals een coach zich nestelt in de gedachtenspinsels van zijn client. Schnabel filmt van onderop of vanaf het hoofd van Vincent. We zien Vincent in zijn nadagen. Hij sjokt over verlaten velden met dode zonnebloemen en is na zijn verblijf in Arles terecht gekomen in het Zuidfranse dorpje Auvers sur Oise. De belichting is flets. Af en toe vibreert het beeld om de kijker bewust te maken van de duizelingen en turbulenties in de geest van de getormenteerde kunstenaar. Voor de film is passende muziek gecomponeerd door een Poolse componiste. 

eNa een half uur werd het een man achter mij met een sterk Gronings accent teveel. Hij stond op een schreeuwde: ‘van de muziek word ik gek! De regisseur is een debiel!’. Hij verliet de zaal, gedwee gevolgd door zijn eega. Kennelijk zijn volgelinge. Daarna liepen meer echtparen de zaal uit.

Ik bleef zitten om te blijven kijken naar de traag voortbewegende schoenen over het stoppelveld. Plotseling krijgt de schilder een illuminatie. Zijn lichaamshouding verandert acuut. Hij spreidt zijn armen in het zonlicht van pure gelukzaligheid. Hij ziet het bijzondere licht van Zuid Frankrijk. 

De elkaar beurtelings afwisselende fletse en heldere beelden belichamen zijn wisselende stemmingen, die oscilleren tussen zwaarmoedigheid en eureka gevoel.  Dat eureka gevoel is voldoende voor Vincent als een bezetene te gaan schilderen. Zijn productie is verbluffend. De film zelf is ook een kunstwerk. 

Vincent de schilder is emotionele instabiel. Zijn verblijf is tochtige, vochtige krochten is niet bevorderlijk voor zijn welbevinden. De kunstenaar grijpt vaak naar de drank, in dit geval absint. Hij heeft altijd geldgebrek en kan nauwelijks overleven. Hij leeft is sociaal isolement. Wellicht heeft hij last van angsten en godsdienstwanen Door zijn tijdgenoten wordt hij niet begrepen. Hij schildert voor een nageslacht, dat hij nooit zal kennen. 

In de kroeg zijn alleen de postbode en de vrouwelijke bediening aardig, maar in het dorp wordt hij met de nek aangekeken. Als dank worden deze personages door hem vereeuwigd. Door de dorpsjeugd wordt hij gepest. Zijn vriendschap met Gauguin leidt tot een conflict. Zij wonen enige tijd onder een dak, maar daarna vertrekt Gauguin. Uit frustratie snijdt Vincent zijn oor af, pakt het in een papier en geeft het aan het dienstertje in het café om te overhandigen aan Gauguin. Vincent wordt opgenomen in het krankzinnigen gesticht. De laatste 80 dagen van zijn leven brengt hij door in het huis van een begripvolle plattelandsdokter. In deze korte periode schildert hij 75 werken. De film suggereert dat zijn dood is veroorzaakt door twee jongens, die speelden met een pistool. 

Aan het eind van de film ligt Vincent opgebaard in de kroeg te midden van zijn schilderijn. 

De film is een prachtige visuele biografie van de gekwelde kunstenaar, die nooit erkenning kreeg tijdens zijn leven. Pure Romantiek. Een klassiek beeld van een kunstenaar. 

Waarde Bob, beste placemaker (250219)

Interface

In de gesprekken met je komen we steevast uit bij dezelfde belangrijke filosofische kwestie: de verhouding tussen lichaam en geest. Geest kan worden opgevat als ‘brein’, maar ook als ‘mind’. Filosofen hebben zich er over gebogen. Jouw visie is gebaseerd op de belichaamde geest en zonder problemen gebruik je termen als embodied, embedded en encultured cognition. Voor de beschrijving van de menselijke ‘mind’ zijn kaarten (maps) een interessante metafoor. In ons laatste overleg viel de term ‘interface’. 

Mensen kunnen denken. Zij zijn intelligent. De dominante opvatting in de westerse filosofie gaat uit de superioriteit van de menselijke geest. Mensen kunnen denken en onderscheiden zich van dingen, planten en dieren. Aristoteles noemt de menselijke geest ‘nous’. Mensen nemen een tussenpositie in tussen enerzijds planten en dieren (het vegetatief en animaal bestaan) en anderzijds de wereld van de goden. Een hiërarchisch systeem. Aristoteles was niet alleen filosoof, maar ook bioloog. Evenals planten hebben mensen behoefte aan voedsel en voortplanting. Net als de dieren kunnen mensen bewegen. Mensen onderscheiden zich van dieren en planten door het gebruik van taal. Het Griekse woord ‘logos’ betekent niet alleen taal, maar staat ook voor woorden, ordening en structuur. Nadenken gebeurt in taal. Door zaken te benoemen of op te schrijven worden nieuwe woorden ontdekt en ontstaat structuur en ordering. 

Sommige mensen kunnen nadenken. Dat zijn filosofen. Filosofen beschouwen de wereld. Theoria betekent beschouwing. Wijsgeren lijken op goden. Filosofen zoeken naar de waarheid. Waarheid is eeuwig en universeel. Vriendschap is volgens Aristoteles een intellectuele activiteit. Vrienden denken na over de waarheid. Zij worden niet in beslag genomen door materiele zorgen en banale dagelijkse activiteiten, maar kunnen zich ongestoord overgeven aan hun bespiegelingen. 

Aristoteles heeft een filosofie ontwikkeld waarmee hij de totale werkelijkheid kon ordenen. Voor de Katholieke Kerk een uitkomst. Thomas van Acquino heeft er dankbaar gebruik van gemaakt. 

Uitgangspunt is doelgericht functioneren. Alles in de wereld heeft een doel, niets is toevallig. Telos is een kernbegrip. Ieder mens heeft een levensdoel. Voor Bob is dat kennelijk het schrijverschap. 

In zekere zin borduurt Descartes voort op Aristoteles, maar hij verwerpt diens teleologisch denken. Het menselijk lichaam functioneert als een machine. Het menselijk brein zorgt voor de aansturing van de machine. Het menselijk brein (cogito) is losgekoppeld van het lichaam, slechts verbonden via de pijnappelklier. 

Het brein is in staat om te rekenen: het ‘computational model’. De menselijke geest is in staat om waarnemingen om te zetten in beelden en deze vervolgens te vertalen in begrippen en symbolen. Filosofen noemen begrippen concepten. Concepten zijn heldere ideeën, die duidelijk zijn gedefinieerd en geoperationaliseerd kunnen worden. Operationaliseren betekent meetbaar maken. Wetenschappelijke kennis is kwantificeerbaar. Getallen zijn symbolen, die verwijzen naar de objectieve waarheid. Daarmee zijn we weer terug bij het model van geest als rekenwonder, als calculator. De menselijke geest verwerkt informatie. De geest kan worden voorgesteld als een klein mannetje in de hersenen,  homunculus genaamd. De homunculus zit als een toeschouwer naar het toneel te kijken, waar een theatervoorstelling wordt opgevoerd. Tegenwoordig kijkt homunculus naar een beeldscherm, naar binnenkomende informatie over de fluctuerende koersen van aandelen. De informatie wordt door dit mannetje in het brein opgeslagen. Filosofisch wordt deze opvatting de correspondentietheorie genoemd. Feiten in de empirische wereld komen overeen met de conceptuele beschrijving van de stand van zaken. 

Het risico van deze opvatting is dat de beschreven, geconceptualiseerde wereld wordt opgevat als de werkelijke wereld. Korzybski en Bateson noemen dit een denkfout: ‘the map is not the territory’.

Informatie heeft opslagruimte nodig. Helaas raakt de menselijke geest is al gauw overbelast door de grote hoeveelheid informatie, die moet worden verwerkt. Er ontstaat een overdaad aan informatie (cognitive overload). Dat geeft stress. De tijd om grondig na te denken ontbreekt. Mensen nemen daarom volgens Herbert Simon genoegen met oplossingen, die voor dit moment bevredigend zijn. Simon holt het concept van de ‘computational brain’ uit, maar biedt nog geen duidelijk alternatief. 

Brein wordt voorgesteld als een verzameling opflikkerende lampjes in de flipperkast (de favoriete ontspanningsactiviteit van Gerrit Zalm). Elk lampje representeert een idee of concept als een exacte weergave van de externe wereld. Als de neurologische bedrading beschadigd is, raakt het brein defect. De draadjes zitten dan los. 

De menselijke geest kan ook op een andere manier worden beschreven. Hiervoor wordt een ander model gebruikt. Zo’n alternatief model is ontwikkeld door Gigerenzer. Twee weken geleden was hij uitgenodigd voor een medisch congres in Groningen. Helaas kwam hij niet. Hij was ziek: geveld door de griep. Gigerenzer beschrijft de menselijke geest (mind) als een interface tussen buitenwereld en binnenwereld. Denken betekent uit het raam kijken. Via een venster nemen we de wereld selectief waar. Dit venster biedt mogelijkheden, maar heeft ook zijn beperkingen. Raamkijkers maken gebruik van een denkraam, een term die volgens mij bedacht is door Maarten Toonder, de schepper van Ollie B. Bommel. Het denkraam bestaat uit een raster. Gigerenzer vat het denkraam op als een interface. Via een venster of raam (Leibniz noemt dit de monade) kijkt de mens naar de wereld. De wereld kan niet in zijn totaliteit worden waargenomen. Mensen nemen selectief waar. Hun wereld is de situatie, waarin zij zich op dit moment bevinden. Een situatie is veranderlijk, dynamisch, contingent en ambigu. Gigerenzer gaat uit van ecologische rationaliteit. De mind vat hij op als een ‘adaptive toolkit’.

Onlangs reed ik vanuit Groningen naar Frederiksoord. Bij Spier moet je de afslag nemen. Je komt langs plaats als Dwingeloo, Dieverbrug, Diever en Vedder. De maximumsnelheid is 80 km per uur, in de bebouwde kom mag je vaak niet harder dan 30. Via digitale verkeersborden ontvangt de automobilist feedback op zijn gedrag: een groene ‘smiley’ werken als beloning en de rode ‘smiley’ is bedoeld als waarschuwing. Door gas te verminderen ontving ik mijn beloning. Het spel tussen gas verminderen (lichamelijke activiteit) en het verschijnen van de groene, lachende smiley op het digitale bord (interface). Mind bestaat uit een eindeloze reeks ‘mindstates’, die steeds subtiel veranderen door de interacties en terloops ook zorgen voor stemmingswisselingen. 

Deze ervaring is voor mij bruikbaar om meer inzicht te krijgen in het gebruik van de ‘interface’ als metafoor voor de mind. In de visualisatie van het model van Gigerenzer ziet de persoon de buitenwereld via een raamwerk. Dit raamwerk fungeert als denkkader. Via dit venster wordt een deel van de buitenwereld gepercipieerd. De externe wereld kenmerkt zich aan de ene kant door rigiditeit in de vorm van gefixeerde gedragspatronen en aan de andere kant bestaat  het risico van chaos. In het midden staan objecten, die de persoon selectief 1waarneemt. De externe wereld blijft onzeker, onvoorspelbaar, dynamisch, contingent en ambigu. Het venster, de interface tussen persoon en externe wereld,  maakt het mogelijk om de wereld vanuit een specifiek kader te zien. Voor andere mensen ziet de wereld er anders uit. Iedere persoon gebruikt zijn eigen venster om de wereld vanuit dat kader waar te nemen. De relatie tussen persoon (lichaam), intermediair kader (interface) en externe wereld is interactief en interdependent. Mind is een dynamisch en interactief proces in plaats van een statische entiteit, die informatie nauwkeurig registreert en als data opslaat. 

tussen de persoon en buitenwereld en de mediatie via een interface. 

De resultaten van een denkproces bestaat uit schetsen, losse invallen, notities, ‘sticky notes’, ideeën en houtskoolschetsjes. Denken start met brainstormen. Daarna ontstaat een iteratief proces. 

Samenwerking tussen personen kan leiden tot het ontwerpen van een gezamenlijk kijkvenster ofwel denkraam. Op deze wijze ‘versmelten de horizonnen’ van persoon A en persoon B. A en B kunnen tijdelijk verder als werkgemeenschap. 

Waarde placemaker (280219)

Onlangs had ik enkele bijzondere ontmoetingen. Zoals je weet schilder ik. Naast mij staat Marc, een neuroloog, te schilderen. Soms komt hij moeilijk opgang vanwege allerlei gedoe en ergernissen in zijn hospitaal, dat is gefuseerd met andere ziekenhuizen. Marc onderhoudt met allerlei mannen contact, die zijn getob begrijpen. Onlangs had hij op een zaterdagavond tien mannen uitgenodigd voor een diner. Onder leiding van zijn vrouw, een culinair fenomeen, werden de mannen in groepjes van drie aan het werk gezet in de enorme keuken van zijn megagrote boerderij, die hij de afgelopen jaren zelf heeft verbouwd met hulp van deskundige vaklieden. Voor mensen met ambachtelijke of technische vakkennis heeft Marc veel waardering. Mijn taak bestond uit het snijden van enkele uien. Het gezelschap was heterogeen: een psychiater, een IT interimmer, een HR manager van een kankerkliniek, zijn meditatieleraar en een consultant uit India, de recent een boek heeft geschreven over Services. Aan het eind van de avond kwam ik in gesprek met Rutger, die een juridische achtergrond heeft. Hij is directeur van een architectenbureau in Groningen. Dit architectenbureau werkt in opdracht van wereldberoemde kunstenaars. De kunstenaar ontwerpt zijn artefact, dat uitgevoerd moet worden in staal of aluminium. Het architectenbureau vertaalt het ontwerp in 3 D en geeft vervolgens gespecialiseerde bedrijven opdracht om de krankzinnig moeilijke ontwerpen te materialiseren. Met name in Friesland zitten enkele technische bedrijven, die dat kunnen. Zij ontlenen hun expertise aan de jachtbouw of aan het ontwerpen van melktanks. Rutger zorgt voor de juridische zaken en bedrijfsvoering. Het gaat om opdrachten van miljoenen. 

Vorige week werd ik door Rutger opgehaald. Enkele kunstwerken staan in depot. We togen naar Harlingen. Op een opslagterrein aan de haven staat tijdelijk een kunstwerk opgesteld van de kunstenaar Stella. Geschatte waarde: 8 miljoen. Het integrale werk is na een conflict uit Frankrijk gehaald met een groot schip. Het vervoer heeft circa 1 miljoen Euro gekost. Demonteren is riskant, want er staat een enorme spanning op. Momenteel werkt zijn bedrijf aan de technische uitvoering van een monument ter ere van de eenwording van de twee Duitslanden. Zijn architectenbureau werkt ook voor kunstenaar Kapoor. 

Het werk van Kapoor was ik een tijd geleden tegengekomen in een onderzoek over Place Making. Kapoor heeft in Chicago de opdracht uitgevoerd om ter gelegenheid van het millennium een kunstwerk te maken in aluminium. Dit kunstwerk was technisch zeer moeilijk uitvoerbaar. De geplande opleverdatum van 2000 is niet gehaald. Het kunstwerk is vele jaren later opgeleverd en de kostenoverschrijding liep in de tientallen miljoenen dollars. Het werk biedt de bezoeker een blik op het universum. Door de merkwaardige vorm is dit werk - dat lijkt op een boon- in de volksmond omgedoopt in The Bean. 

In het onderzoek over Place Making worden de psychologische, sociale, culturele en maatschappelijke effecten beschreven van dit kunstwerk. Het staat in het centrum van Chicago en vervult een centrale rol bij de city branding. Het werkt trekt veel bezoekers, die er allemaal een foto van maken en hun ‘selfies’ digitaal verspreiden. Mensen voeren bij het kunstwerk de gekste bewegingen uit. De investering verdient zich nu al terug. Het kunstwerk staat in een parkachtige omgeving en heeft inmiddels een iconische betekenis: the Bean = Chicago. Mensen spreken er met elkaar af als ‘meeting point’. Er ontstaan allerlei onvoorziene activiteiten, zoals informele netwerken.  De omgeving profiteert ervan en dit leidt tot stimulering van bedrijvigheid. De waarde van het omliggende vastgoed is fors gestegen. Met een knipoog naar Pellenbarg: ondernemersklimaat is wel degelijk te beïnvloeden. Waar kunst al niet goed voor is…

Aan Bob de Place maker (280219)

Vorige week mocht ik aanschuiven bij een clubje, dat een Europese subidie aanvraag gaat voorbereiden. Zoals je weet zitten er vele miljoen in de Europese pot. Goede voorstellen worden beloond. De aanvraag gaat over de relatie tussen gezondheidseconomie (strategisch speerpunt van de provincie Drenthe) en kunst & cultuur. De gemeenten Meppel, Emmen en Assen hadden zware delegaties ambtenaren gestuurd naar dit overleg op het provinciehuis. Verder zaten er enkele culturele ondernemers. Mijn eigen rol in dit gezelschap was volstrekt onduidelijk. Als voorbeeld van een ‘good practice’ kwam een Zweeds project op tafel, dat is bedacht door een Nederlandse consultant, die zijn opdrachten uitvoert in Zweden. Zweden zit weliswaar niet in de EU, maar via allerlei vriendelijke verdragen wordt er wel met dit Scandinavisch land samengewerkt. In zijn paper werd aandacht gevraagd voor de vergrijzing. Het aantal 55 + plussers stijgt snel. Door deel te nemen aan kunstzinnige en culturele activiteiten kunnen de gezondheidskosten omlaag, aldus dit Zweedse rapport. 

Ik heb tijdens deze bijeenkomst iets verteld over de denktank in Frederiksoord, die nadenkt over een herbestemming. De zorgondernemer heeft het complex nu gekocht, maar knapt langzamerhand af op de stroperige besluitvorming in het ambtelijke circuit. 

Een theatermaakster beschreef een project, waarbij zij samen met buurtbewoners een theaterproductie had gemaakt. Door talenten van buurtbewoners  te mobiliseren (bezoek aan de wijkkroeg, contact met een clubje dames dat al dertig jaar zich vermaakt met een sjoelbak en ondertussen een glaasje advocaat oplepelt, een gecomponeerd levenslied van een gepensioneerde junk) is een theaterproductie ontstaan, die met veel succes in de schouwburg is uitgevoerd en waarmee het kunstmatige onderscheid tussen low culture en high culture op een originele manier werd doorbroken. 

De groep ambtenaren uit Emmen vertelde in het kort, dat de voormalige dierentuin is omgedoopt in Rensenpark, vernoemd naar de familie, die de zoo oorspronkelijk heeft opgericht en tientallen jaren heeft geëxploiteerd. Dit gebied is opgekocht door de gemeente. De oorspronkelijke plannen van vastgoed investeerders gaan niet door en de gemeente ziet mogelijkheden om het nieuwe mensenpark organisch te laten groeien en bloeien als publieke ruimte. 

Een adviseur van een subsidie bureau gaat de notulen maken. Na afloop sprak ik een ambtenaar van de strategie afdeling van de gemeente Assen. Hij moet een omgevingsplan schrijven. Zijn idee is om Assen op de kaart te zetten als zorg gemeente. Assen telt heel veel zorginstellingen en veel mensen verdienen daarmee hun brood. Ouderenzorg en psychiatrie zijn goed voorzien in Assen. 

De beleidsmedewerker van de provincie wees op het belang van de samenwerking van de gemeenten Meppel, Emmen en Assen. Samenwerking wordt op Europees niveau gewaardeerd. 

Assen als zorg stad vind ik een uitstekend idee. Ik vertelde de strategische beleidsadviseur uit Assen over Frederiksoord en van het een kwam het ander. Zo gaan die dingen. 

De transformatie van het dierenpark in mensenpark bracht me op een idee. Ik vertelde de ambtenaar uit Assen over internationale ideeën over de stad van de toekomst, over place making, de rol van de creatieve professionals en over Almere: een stad zonder identiteit. In Almere hebben ze er 200 miljoen Euro voor over om de stad een groene kern te geven, nog afgezien van de kosten voor het schrijven van dure rapporten over de green city. Assen, zo betoogde ik, heeft al lang zo’n groen centrum en kan dus nu al gezien worden als de stad van de toekomst. En de 55+ plussers zijn de babyboomers, die andere behoeften en preferenties hebben. Assen is een ideale leefomgeving voor deze doelgroep. Deze groep van grijze panters is welvarend, dol op wandelen in het bos en zoekt rust en veiligheid. De ambtenaar vond het leuk en we wisselden e-mail adressen uit. 

Na afloop ging ik een kijkje nemen in Assen. Ik parkeerde mijn auto in het Asser bos, dat nog veel groter bleek te zijn dan ik vermoedde. Het bos ligt op loopafstand van het centrum. Het was een prachtige, zonnige middag. Project ontwikkelaars ruiken ook kansen: achter het provinciehuis en vlak bij het Asser bos zijn dure senioren appartementen in aanbouw. 

Ik het bos zag ik twee stokoude mensen. Een man, minstens 80 jaar, duwde met veel moeite zijn vrouw in een rolstoel vooruit. Verder veel senioren met kleine kinderen op de fiets, die hun opa- en oma dag verplichtingen vervullen. Daarna had ik zin in koffie. Bij het hertenkamp aan de rand van het bos is een horecagelegenheid. De horecagelegenheid, een voormalige societeit, schenkt geen koffie. De tent is alleen geopend voor grote gezelschappen. Op het grasveld stond een eenzame man met een professionele camera. Het was een surrealistisch beeld. De man maakte contact met me. Hij bleek journalist van RTV Drenthe en hij had kort daarvoor iemand geïnterviewd en tegelijkertijd de tv camera laten draaien. Een multi-tasker. 

Tot mijn vreugde en verbazing ontving ik eergisteren een uitnodiging voor overleg. Mijn contactpersoon heeft 8 collega’s uitgenodigd om binnenkort na te denken over de toekomst van Assen. Dat schept verplichtingen. 

Tussen Frederiksoord, het Rensenpark en Assen als parklandschap bestaat enige overeenkomst. Het verbindingswoord is Green city. Een groene omgeving, die uitnodigt om in beweging te komen. Preventiebeleid op het gebied van gezondheidszorg werkt niet: straffen, belonen en glossy folders hebben geen heilzaam effect. Het uitgangspunt lijkt verkeerd: de nadruk ligt op disciplinering (Foucault). Mensen voldoen niet aan de norm, aan het van bovenaf opgelegde gezondheidsideaal. 

Een alternatief is denkbaar: happy ageing in plaats van healthy ageing. In mijn mailbox ging ik op zoek naar de uitgebreide en inspirerende verhandeling van Bob over dit thema. Daarna bleef ik associëren. Affordance. Ecologische psychologie. Slimme oplossingen bedenken: Lean/Kaizen. Gebruik maken van een andere interface, een alternatief kijkvenster. 

Bij wijze van gedachten experiment is het Asser bos het centrum van een innovatieve green city; in Emmen is dit het Rensenpark. Het park vormt een landschap, dat uitnodigt om op een andere manier naar de wereld te kijken. Place making betekent het ontwerpen van een toekomstige fysieke of virtuele locatie, die snel gaat fungeren als hotspot, incubatorcentrum, innovatieplatform en creatieve hub. 

Een omgevingsplan verschilt van het traditionele bestemmingsplan. In een bestemmingsplan wordt een gebied dichtgetimmerd met een blauwdruk. 

Een omgevingsplan vraagt een visie op de toekomst. Een gebied ontwikkelt zich organisch. De overheid (gemeente) treedt op als facilitator in plaats van centrale regisseur. Government maakt plaats voor governance. Het ontwerpen van een stad van de toekomst kan met behulp van Design Thinking, de methodiek van creatief problemen oplossen. 

Een stad van de toekomst vormt een complex probleem. Een uitdaging (challenge). De oplossing staat vooraf niet vast, maar ontvouwt zich emergent. Duurzame systeeminnovatie: multi-actoren (5 x O), multi-level en multi-disciplinair. 

De beleidsmedewerker wordt een creatieve professional. Dat vraagt een omslag in denken en doen, dus een andere mindset. 

Soms bezoek ik Assen. Ik parkeer mijn auto bij het museum. Na afloop loop ik even door de binnenstad, die deels te maken heeft met verloedering en leegstand. Nieuwbouw is tamelijk fantasieloos. Shoppen is niet aan mij besteed. De Italiaanse ijstent verdient een pluim. 

Een alternatief. In de lijn van de visie van Bob over ‘health’ in Noord Nederland. Het Asser Bos als vitaal centrum van de stad. De stad als experience. De auto kun je gratis kwijt in de weekenden op de lege parkeerplaats van het provinciehuis, want de ambtenaren werken dan niet. Een heerlijke wandeling richting stad. In het bos is van alles te beleven. Speeltoestellen nodigen uit om leuke oefeningen te doen. Rare elektrische voertuigen zoeven voorbij. Mobiele ‘tiny houses’ worden interactief gebruikt voor entertainment, kunst en cultuur. Kinderen spelen. Zij worden uitgedaagd om tekeningen te maken en kunstwerken te bouwen van afvalmateriaal. Ouderen leggen gemakkelijk contact bij de oplaadpunten voor de mobiele telefoon. Midden in het bos staat een creatief cafe: mensen kunnen betalen met mindcoins en wisselen er hun ideeën uit. Zzp-ers gebruiken de ruimte als kantoor en ontmoeten er nieuwe klanten. 

De oude begraafplaats krijgt een strooiveld. Er komen nieuwe ‘memorials’ in de vorm van digitale gedenkstenen voor elke wijk en elk dorp dat bij deze gemeente behoort. De vijvers bieden een goede plek voor events, theater en opera. Vanuit dit groene centrum ontstaat een netwerk van wandel- en fietspaden. Naar Groningen wordt een overdekt fietspad aangelegd, ook geschikt voor e-bikes. 

Het ontwerpen van omgevingsplan is Place Making. De CanMeds/metacompetenties bieden een framework. De ‘green city’ kan vanuit verschillende dimensies worden beschreven, geanalyseerd en voorzien van scenario’s, opties, alternatieven en beleidsmaatregelen. 

Een soortgelijke aanpak is ontwikkeld door een zekere Lynch. Een stad wordt vanuit verschillende invalshoeken in kaart gebracht. Door de kaarten als transparanten op elkaar te leggen ontstaat emergent een niche, een origineel concept, een verhaal van een stad vanuit de kerncompetentie. 

De onderstroom (EQ) is voorwaardenscheppend voor de bovenstroom. 

In de huidige zorgcentra worden mensen opgehokt. Er is geen tijd en geen geld om naar buiten te gaan. Voor ex-psychiatrische patiënten ontbreekt rehabilitatie. Zij worden naar dure dagopvang gestuurd. De sociale dienst weet zich geen raad met de granieten kern, die al jaren in de bijstand zit. 

In het nieuwe stadlandschapspark kan van alles gebeuren. Events. Design meubelen, die uitnodigen om te bewegen en zowel functioneel als esthetisch zijn. Een kruidentuin om te ruiken. Aaibare dieren. Slim gebruik van sensor technologie. Iedere bezoeker (user) heeft zijn eigen specifieke wensen, behoeften, preferenties. Iedere gebruiker heeft een interessant verhaal te vertellen. 

Zo’n omgevingsplan vergt nauwelijks investeringen. De kennis op dit gebied is gratis beschikbaar op internet. Door een andere manier van kijken, dus door een alternatieve interface te gebruiken, ontstaat een andere mindset. 

Welllicht moet er midden in dat nieuwe park een iconisch kunstwerk komen: de SNIJBOON. 

 

Wordt vervolgd ……