4.1.2.3.3 Onderwijsarchitectuur

Om complex gedrag overzichtelijk en toch genuanceerd te kunnen beschrijven, bijvoorbeeld  ten behoeve van opleiding en beoordeling, is een flexibele ordening noodzakelijk. Het competentiedenken biedt die mogelijkheid, maar dat is nog niet alles. Men kan competenties namelijk zowel clusteren (tot metacompetenties) als opdelen (in subcompetenties). Competenties hebben dus zowel de potentie tot integratie als tot differentiatie, het zijn fractals



Figure 3: Modularity with fractals 

 

Door modulair te bouwen kan men de gewenste onderwijsarchitectuur op maat vormgeven. Er ontstaan steeds weer andere bouwsels (variërend van simpele lessen tot complete curricula), terwijl men toch steeds dezelfde set algemene didactische bouwstenen gebruikt. Metacompetenties hebben daarbij deels dezelfde kenmerken als competenties (zie paragraaf 1 van dit hoofdstuk), maar door hun integratie op een hoger abstractieniveau ook een aantal specifieke kenmerken. Deze specifieke kenmerken zijn vooral handig zijn om de functionele koppeling tussen onderwijsdoelen (wat men beoogt te bereiken) en onderwijsvormen (hoe men die doelen operationaliseert) te begrijpen. Zo zijn metacompetenties:   

  1. relatief onafhankelijke, functionele vormen van handelen die beurtelings op de voor-of achtergrond kunnen treden; in de psychologie spreekt men dan van een Gestalt-switch. Elke metacompetentie representeert een eigen ‘logica’ of denktrant, een heuristiek, die nodig is om complexe problemen op te lossen. De communicatie met de patiënt tijdens een gynaecologisch onderzoek kent een andere aanpak dan klinisch redeneren tijdens datzelfde onderzoek. In de casus treden steeds een of meer andere rollen op de voorgrond. Waar het voor de voorzitter als communicator vooral draait om elkaar begrijpen, gaat het haar als organisator vooral om een vlotte en soepele gang van zaken.
  2. inherent spanningsvol als rivaliserende waarden, men kan immers maar een aspect tegelijk op de voorgrond plaatsen. Focus op de communicatie gaat vooral in het begin ten koste van de aandacht voor bijvoorbeeld innovatie of leiderschap. Naarmate men zich verder professionaliseert kan men steeds makkelijker omgaan met de tegenstellingen, paradoxen, knelpunten, fricties en morele dilemma’s die het vak en werken in een complexe context nu eenmaal onvermijdelijk oproepen. De verschillende  bouwstenen vertegenwoor­digen een krachtenveld van concurrerende, rivaliserende waarden. 
  3. complementaire, elkaar versterkende (flow) dan wel tegenwerkende (weerstand) denkpaden die kunnen worden gecombineerd door het leggen van dwarsverbindingen. Wanneer metacompetenties negatief op elkaar inwer­ken ontstaan knelpunten (constraints), paradoxen, spanningen, barrières, blokkades, verlamming en frustratie. Mensen raken in een negatieve spiraal, wanneer zij niet in staat zijn conflicterende waarden op te lossen. Is het omgekeerde het geval dan is er juist veel synergie, of ontstaat zelfs flow. De metacompetentie-gebieden versterken elkaar en werken als een vliegwiel. Een voorbeeld van negatieve beïnvloeding was de onnodige onrust die het verdelen van aandacht soms genereert. Het omgekeerde, synergie, is ook mogelijk bijvoorbeeld door tijdens een consult over de technische haperingen te communiceren: ‘Dit gaat altijd even lastig dus als ik niks zeg dan betekent dat niet dat er iets ernstigs aan de hand is. Ik ben me dan gewoon even aan het concentreren’.  
  4. wederzijds afhankelijk (interdependent) en vormen een samenhangend geheel of systeem. Tussen metacompetenties kunnen verbindingen worden gelegd. Men kan pendelen en schakelen, soms staat communicatie op de voorgrond, soms leiderschap, dan weer wetenschap. Metacompetenties lenen zich voor perspectiefwisseling die vanuit het perspectief van de eerste persoon , tweede of derde persoon kunnen worden ingevuld (ik, jij, wij, het). Door een probleem te benaderen vanuit een ander metacompetentie gebied ontstaat ruimte voor inventieve en creatieve oplossingen. Persoonlijke en professionele ontwikkeling leidt tot versterking van de metacompetenties, waardoor een creatieve spiraal ontstaat. Deze flexibiliteit maakt het ook mogelijk om bepaalde patronen te herkennen of bewust aan te brengen zodat profilering mogelijk wordt. Alle metacompetenties zijn op de achtergrond nog steeds van belang en aanwezig,  maar sommige (onder)delen staan op dat moment, in die situatie of bij die aandoening op de voorgrond.