4.1.2.3.4 De praktijk

Het metacompetenties-model (MCM) biedt tal van voordelen, vooral vanuit het perspectief van Clinical Governance, het besturingsmodel dat wel omschreven wordt als: ‘a framework through which organizations are accountable for continuously improving the quality of their services and safeguarding high standards of care by creating an environment in which excellence in clinical care will flourish’ (Scally en Donaldson, 1998). We focussen hier op leiderschap en innovatie zoals vooral relevant voor de Psychosomatische Obstetrie & Gynaecologie en het daarbij behorende Bio-Psycho-Sociale-model (BPS-model).


1. Het MCM sluit qua zorgfilosofie aan bij het BPS-model. Het onderkent de klinische complexiteit, vooral inzake functionele klachten, morele dilemma’s en multidisciplinaire (keten)zorg. Het vraagt persoonlijk leiderschap om dit soort complexe problemen op een inventieve of creatieve wijze op te lossen, waarbij men gebruik maakt van verschillende heuristieken of denkwijzen zoals de  natuurwetenschappen, psychologie en humaniora. 

2. Het MCM gaat uit van het actorschap en zelfsturing op basis van rationaliteit. Daarbij kan men twee aspecten onderscheiden: de onderstroom van emotionele intelligentie (EQ) en de bovenstroom van cognitieve intelligentie (IQ). De combinatie van beide gebieden (care & cure) vormt de basis voor individuele emancipatie en sociale participatie. Empowerment stoelt daarnaast op een leven lang leren.

3. Het MCM biedt een theoretisch kader in de vorm van een netwerk van samenhangende concepten en dimensies. Hiermee kan men als clinicus komen tot eenduidige begripsbepaling (bijv. een diagnose) alsmede zijn handelen operationaliseren in concrete gedragstermen (therapie).

4. Het MCM is primair gericht op individuele professionals, zij vormen de basiseenheid, maar laat zich gemakkelijk opschalen tot verschillende aggregatieniveaus: micro-, meso- en macro. Dit maakt het mogelijk om ook de  team- of organisatiecompetentie in kaart te brengen en daarmee specialistische differentiatie te onderbouwen. 

5. Het MCM is een generiek kader dat op basis van vrijwel iedere context specifiek kan worden ingevuld. Dat betekent dat men m.b.v. een beperkt aantal bouwstenen (metacompetenties) een oneindig aantal maatwerkprogramma’s kan ontwerpen (architectuur).

6. Het MCM fungeert als kennisplatform en biedt als zodanig een basis voor talloze toepassingsmogelijkheden zoals klinisch leiderschap, self-assessment, coaching, Human Resource Development-programma’s, educatieve programma’s, curricula, hulpverleningsprogramma’s en stimuleringsprogramma’s. 

7. Het model vormt een systeem bestaande uit elementen (gedragstypen) en zes aspecten of metacompetenties. Deze metacompetenties, ook te beschouwen als soorten kapitaal, zijn interdependent en emergent: het geheel is meer dan de som der delen. Dankzij verbinding tussen de metacompetenties ontstaat toegevoegde waarde in de vorm van een innovatief concept dat vervolgens kan worden uitgewerkt als prototype. 

8. Het MCM reduceert complexiteit en vergroot daarmee de transparantie van de competentiebenadering. De doorgaans 40 of meer gedragstypen van andere benaderingen worden geclusterd in een beperkt aantal overkoepelende metacompetenties. Het model is eenvoudig en als zodanig zelf een voorbeeld van een ‘lean design’. Het MCM maakt representatie en visualisatie mogelijk in de vorm van een beelden, ‘mind maps’ of schema’s. 

9. Het MCM kent een dynamische structuur omdat de verschillende metacompetenties verschillende mentale software programma’s c.q. heuristieken representeren. Elk mentaal programma vervult een specifieke functie voor het geheel. Actoren maken gebruik van verschillende mentale programma’s bij het maken van keuzes en het nemen van een beslissing. 

10. Tussen de metacompetenties bestaat inherent een spanningsveld dat het bedenken van inventieve of creatieve oplossingen voor complexe problemen stimuleert. Metacompetenties representeren rivaliserende waarden (Quinn) die het mogelijk maken om ‘out of the box’ te denken door van denkstrategie te veranderen. De gezondheidszorg kent veel taaie vraagstukken, zoals de zeggenschap in horizontale teams (maatschappen, Multi-Disciplinaire Overleggen), rechtvaardige beloning en verdeling van middelen etc. Door een andere invalshoek te kiezen, bijvoorbeeld een ontwikkelings- in plaats van een gelijkheidsperspectief, kan men ook dit soort problemen oplossen. HC-professionals  pendelen en schakelen (switchen) tussen verschillende metacompetenties. Door laterale verbindingen ontstaat emergentie in de vorm innovatieve oplossingen (De Bono).